Contact

Nijmegen: 024 679 37 47
Doetinchem: 0314 781 111

info@raafadvocaten.nl

Bezoekadres:

Vestiging Doetinchem
Plantsoenstraat 87 
7001 AB Doetinchem
Route

Vestiging Nijmegen
Op afspraak

Postadres
Plantsoenstraat 87 
7001 AB Doetinchem

Volg ons

Vader aansprakelijk jegens minderjarige zoon voor mislopen uitkering wegens tegenstrijdige verklaringen over toedracht, geen directe actie tegen verzekeraar.

30 januari 2026

In juni 2014 liep een zevenjarige jongen ernstige brandwonden op tijdens een barbecue in de tuin van zijn tante. De gevolgen waren ingrijpend: meer dan tien operaties, langdurige revalidatie en blijvende beperkingen. De vader van de jongen probeerde vervolgens via de verzekering van de tante een schadevergoeding te krijgen. Van enige uitkering door de verzekering van de tante is het niet gekomen.

De vader had ten tijde van het ongeval een particuliere aansprakelijkheidsverzekering bij ABN AMRO. De vader probeerde via die polis alsnog dekking te krijgen voor de medische en andere schade van zijn zoon. Daaraan heeft de vader ten grondslag gelegd dat hij zelf onrechtmatig jegens zijn zoon had gehandeld en op die grond aansprakelijk is voor de daardoor geleden schade. Nadat de dekking werd geweigerd door ABN AMRO, heeft de vader een procedure aanhangig gemaakt. In eerste instantie oordeelde de rechtbank dat de vader aansprakelijk was en ABN AMRO tot uitkering gehouden was, maar het hof Den Haag vernietigde die uitspraak omdat de vader onjuiste en tegenstrijdige verklaringen over de toedracht had afgelegd waardoor de gestelde toedracht niet kon worden aangetoond.

In maart 2024 werd een bijzonder curator benoemd voor de jongen. De curator heeft namens de jongen zijn vader aansprakelijk gesteld voor het afleggen van wisselende en tegenstrijdige verklaringen omtrent de toedracht van het incident, als gevolg waarvan de jongen een uitkering onder de verzekering is misgelopen. De vordering was tweeledig: enerzijds vroeg de bijzonder curator een verklaring voor recht dat de vader aansprakelijk is voor de schade die zijn wisselende en tegenstrijdige verklaringen hebben veroorzaakt, en anderzijds een verklaring voor recht dat ABN AMRO verplicht is tot uitkering uit de aansprakelijkheidsverzekering van de vader.

De Rechtbank Rotterdam oordeelt dat de vader inderdaad onrechtmatig heeft gehandeld door meerdere tegenstrijdige en (gedeeltelijk) onware verklaringen af te leggen over de toedracht van het incident. Het afleggen van onjuiste verklaringen kan ernstige gevolgen hebben, zeker wanneer daardoor een verzekeringsuitkering wordt geblokkeerd waarop het kind anders recht zou hebben gehad. Omdat de vader dat niet heeft weersproken, krijgt de benadeelde jongen een verklaring voor recht dat zijn vader aansprakelijk is voor de schade.

De vordering tegen ABN AMRO liep echter spaak. Voor een directe actie tegen een verzekeraar op grond van artikel 7:954 BW moet de schade het gevolg zijn van dood of letsel, maar de schade die de curator voor de jongen vordert is zuivere vermogensschade: het gemis van de verzekeringsuitkering. Omdat een directe actie tegen de verzekeraar niet openstaat voor dit type schade, kan de jongen niet rechtstreeks bij ABN AMRO aankloppen.

De curator voerde nog aan dat het gevolg van dit alles is dat een jonge man, die destijds als jong kind ernstig verbrand is geraakt, door toedoen van de fout van zijn vader met de schade blijft zitten. Deze consequentie valt volgens hem niet te verenigen met de bijzondere positie die jonge kinderen in het aansprakelijkheidsrecht innemen. Gelet hierop is de weigering van ABN Amro om voor de onrechtmatige gedraging van de vader dekking te verlenen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

De rechtbank verwerpt dit betoog. De rechtbank erkent dat de jongen de dupe is van het onrechtmatige handelen van zijn vader. Dit laat zich echter niet oplossen via het verzekeringsrecht. Daarvoor zou nodig zijn dat, in weerwil van de wettelijke regeling van de directe actie, wordt aanvaard dat de jongen voor de door hem gestelde vermogensschade een vordering op ABN Amro heeft en dat ABN Amro, in weerwil van haar polisvoorwaarden, verplicht is dekking voor die vermogensschade te verlenen, in beide gevallen om geen andere reden dan dat de jongen als (jong) kind schade is berokkend door toedoen van zijn vader. Het geldende recht biedt geen steun voor die verstrekkende conclusie.

ABN AMRO betwistte daarnaast het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen en de schade: zelfs zonder de onjuiste verklaringen van de vader was niet vanzelfsprekend dat de verzekeraar tot uitkering had moeten overgaan, omdat onzekerheden over de toedracht van het oorspronkelijke incident altijd aanwezig waren. De rechtbank volgt deze stelling omdat de verbanden tussen onjuiste verklaringen, verzekeringsdekking en uiteindelijk uitkering onvoldoende concreet onderbouwd zijn.

Belangrijk in deze uitspraak is dat de rechter duidelijk maakt dat het afleggen van tegenstrijdige en onjuiste verklaringen door een verzekerde onrechtmatig kan zijn jegens een kind dat daardoor een verzekeringsuitkering misloopt. Tegelijkertijd bevestigt de rechtbank dat het verzekeringsrecht strikte grenzen kent: zuivere vermogensschade geeft geen recht op een directe actie tegen de aansprakelijkheidsverzekeraar. Ook de bijzondere positie van het kind leidt niet tot een doorbreking van polisvoorwaarden of wettelijke regels. Tot slot benadrukt de uitspraak het belang van een voldoende concreet onderbouwd causaal verband tussen onrechtmatig handelen en schade.

De volledige uitspraak van de rechtbank Rotterdam kunt u hier lezen (Rechtbank Rotterdam 17 december 2025 ECLI:NL:RBROT:2025:14808).

Als u naar aanleiding van dit artikel nog vragen heeft, dan kunt u contact met ons opnemen voor een vrijblijvend en kosteloos advies.

 

Eva Blickmann

Meer vragen? Neem contact met ons op

RAAF advocaten

T: 0314 78 11 11

E: info@raafadvocaten.nl